Over aantoonbaarheid en samenhang in technische onderbouwing bij aanbestedingen
In een aanbesteding wordt een inschrijving beoordeeld op wat aantoonbaar is vastgelegd. Niet op wat aannemelijk is. Niet op wat bedoeld wordt.
Dat lijkt vanzelfsprekend. Toch blijkt in de praktijk dat inschrijvingen regelmatig vastlopen, terwijl alle benodigde documentatie aanwezig is. Certificaten, rapporten etc zijn aangeleverd en toch wordt de inschrijving afgewezen.
Twijfel ontstaat zelden doordat er iets ontbreekt. Ze ontstaat doordat niet kan worden aangetoond hoe de aangeleverde documentatie zich verhoudt tot het aangeboden product.
Praktijksituatie
In een recente aanbesteding werd een inschrijving ingediend in de overtuiging dat de technische onderbouwing volledig en correct was.
- Er lagen certificaten.
- Er waren testrapporten beschikbaar.
- Er was een energielabel opgesteld.
Vanuit de inschrijver was er geen reden om te veronderstellen dat de documentatie tekort zou schieten. De inschrijving werd ingediend. Pas tijdens de beoordeling ontstond het probleem. Niet omdat er documenten ontbraken, maar omdat niet kon worden vastgesteld hoe deze documenten zich verhielden tot het aangeboden product.
De vragen die toen naar voren kwamen, waren fundamenteel:
- Welk product is hier exact beoordeeld?
- Heeft dit rapport betrekking op deze uitvoering?
- Op basis waarvan is deze classificatie vastgesteld?
De beoordeling verschoof daarmee van aanwezigheid naar aantoonbaarheid. En op dat punt liep de inschrijving vast.
Waarom dit probleem niet eerder zichtbaar wordt
Binnen de eigen organisatie functioneert deze vorm van documentatie vaak zonder directe problemen. Dat is verklaarbaar. De betrokkenen kennen het product, de gemaakte keuzes en de context waarin documenten tot stand zijn gekomen. Onvolledigheden of onnauwkeurigheden worden gecorrigeerd met die kennis.
In een aanbesteding werkt dat anders. De beoordelende partij beschikt niet over deze context. De beoordeling is gebaseerd op wat is ingediend en uitsluitend daarop. Dat betekent dat de technische onderbouwing zelfstandig moet kunnen aantonen:
- welk product wordt aangeboden
- aan welke eisen dat product moet voldoen
- en hoe is vastgesteld dat daaraan wordt voldaan
Wanneer die samenhang niet expliciet is vastgelegd, verdwijnt de impliciete kennis uit beeld en blijft een verzameling documenten over zonder sluitende relatie.
Analyse van het probleem
De neiging is om dit te interpreteren als een gebrek aan documentatie. De reflex is dan om aanvullende rapporten te verzamelen of ontbrekende verklaringen toe te voegen. In de context van een aanbesteding is dat zelden een effectieve oplossing.
Na indiening ligt de inhoud van de inschrijving in vast. Aanpassingen zijn zeer beperkt mogelijk en moeten passen binnen de aanbestedingsregels. Structurele verbeteringen in de onderbouwing zijn dan nog nauwelijks mogelijk. Het probleem zit daarom niet alleen in wat ontbreekt, maar breder in de kwaliteit van de technische onderbouwing.
In de praktijk gaat het zelden om één enkel gebrek. Vaker is sprake van een combinatie van tekortkomingen: een document ontbreekt, een verklaring is niet juist opgesteld, een rapport is niet volledig, of een certificaat is niet herleidbaar tot het aangeboden product.
Juist die combinatie maakt een inschrijving kwetsbaar.
De beoordelende partij stelt niet vast of een product wel of niet voldoet op basis van aannames of aanvullende toelichting. De beoordeling is gebaseerd op wat aantoonbaar is vastgelegd in de inschrijving. Wanneer die onderbouwing niet volledig, niet juist of niet herleidbaar is, kan niet met zekerheid worden vastgesteld dat aan de eisen wordt voldaan.
Daarmee verschuift het probleem naar bewijskracht van het dossier.
Dus niet de vraag of er documenten zijn, maar of de aangeleverde onderbouwing volledig, juist en herleidbaar is, wordt dan beslissend.
Waar het in de praktijk misgaat
In veel trajecten ontstaat documentatie deels parallel aan de productontwikkeling en deels achteraf, door beschikbare informatie te verzamelen. Daarmee verschuift de logica ongemerkt. In plaats van dat documentatie volgt uit het product, wordt geprobeerd het product te onderbouwen met beschikbare documentatie. Zolang die twee voldoende overlappen, blijft dat onopgemerkt.
Op het moment dat de overlap niet exact is, bijvoorbeeld door varianten, aangepaste configuraties of specifieke eisen in een aanbesteding, ontstaat een gat. Dat gat is niet zichtbaar zolang niemand het expliciet hoeft te maken.
In een aanbesteding is dat precies wat er gebeurt.
Consequenties in de beoordeling
Wanneer de samenhang ontbreekt, heeft dat directe gevolgen voor de inschrijving. Er ontstaan aanvullende vragen. De onderbouwing wordt als onvoldoende beoordeeld. De kans op afwijzing neemt toe.
In een aanbesteding betekent dat een reële kans op verlies van een opdracht.
Belangrijk is dat deze gevolgen niet voortkomen uit een gebrek aan inzet, maar uit het ontbreken van een structurele opbouw van de technische onderbouwing.
De structurele oorzaak
De kern van het probleem ligt in de manier waarop het proces is ingericht. In de praktijk verloopt dit proces vaak als volgt.
Op basis van het bestek wordt beoordeeld of het gevraagde geleverd kan worden. Dat product wordt geconfigureerd zodat het aansluit op de eisen uit de aanbesteding. Tot dat moment is het proces goed onder controle.
Technische onderbouwing in aanbestedingen
Het samenstellen van de technische onderbouwing verloopt anders.
De benodigde documentatie wordt verzameld:
- bestaande certificaten
- beschikbare testrapporten
- productinformatie en classificaties
Deze documenten worden samengevoegd en ingediend als onderbouwing van de inschrijving. Wat in dit proces vaak ontbreekt, is een expliciete stap waarin wordt vastgesteld of deze documentatie daadwerkelijk klopt voor de aangeboden configuratie. Daar zit de missende stap.
Er wordt onvoldoende beoordeeld of:
- de documenten volledig zijn ten opzichte van de gestelde eisen
- de inhoud van de documenten overeenkomt met de aangeboden uitvoering
- en de relatie tussen documentatie en product aantoonbaar is
Een certificaat kan bijvoorbeeld verwijzen naar een andere typeaanduiding. Een rapport kan gebaseerd zijn op een afwijkende configuratie. Een verklaring kan formeel aanwezig zijn, maar inhoudelijk niet passend. Zonder verificatie vooraf worden dit soort afwijkingen niet herkend.
Het dossier lijkt daarmee op orde, maar is dat feitelijk niet.
Pas tijdens de beoordeling wordt zichtbaar dat de onderbouwing niet sluitend is, omdat de samenhang niet aantoonbaar kan worden gemaakt.
Conclusie
Een inschrijving wordt zelden afgewezen omdat er geen documentatie is. Het probleem is dat vóór indiening niet voldoende is vastgesteld of die documentatie inhoudelijk klopt voor het aangeboden product. In de beoordeling wordt uitsluitend gekeken naar wat is ingediend. Op dat moment is er nauwelijks ruimte om nog te corrigeren.
De controle moet dus vóór indiening dat is essentieel. Daar ligt mede het verschil tussen het winnen of verliezen van een inschrijving.
Reflectie
In de praktijk blijft dit type probleem vaak verborgen tot het moment dat de onderbouwing extern wordt getoetst.
Juist daarom is het waardevol om vooraf kritisch te kijken naar de samenhang en aantoonbaarheid van de technische onderbouwing, in plaats van deze pas tijdens de beoordeling te moeten verdedigen.
